BVKZ luidt noodklok noodgedwongen PGB-gebruik

11 december 2017

In de aanloop naar de begrotingsbehandeling van VWS stelt PGB-belangenvereniging Per Saldo (via de Volkskrant) dat toegang tot het PGB beperkt zou moeten worden tot mensen die bewust voor een PGB kiezen en die in staat zijn om het PGB zelf, of met behulp van familie, te beheren. Mensen die dat niet kunnen, zijn kwetsbaar; het gevaar ligt op de loer dat een al te hulpvaardige zorgverlener minder uren zorg levert dan er gefactureerd worden, aldus Per Saldo.

 

Hoewel de overgrote meerderheid van de zorgverleners gewoon te goeder trouw handelen en daadwerkelijk hulpvaardig zijn zonder bijbedoelingen, herkent en erkent de Branchevereniging Kleinschalige Zorg (BVKZ) het risico dat Per Saldo schetst op misbruik van het PGB door bepaalde zorgaanbieders. Niet voor niets heeft BVKZ onlangs opgeroepen tot strengere controle op zorgaanbieders, bijvoorbeeld in het kader van het Jaardocument Zorg. 

 

Toch waarschuwt de brancheorganisatie van kleinschalige zorgaanbieders tegen een al te snelle en rigoureuze aanpak van het ‘noodgedwongen PGB-gebruik’, zoals PGB-gebruik door mensen die daar liever niet voor kiezen vaak wordt genoemd.

 

BVKZ-directeur Van Barschot steunt de aanpak van noodgedwongen PGB-gebruik, maar wijst er nadrukkelijk op dat dit niet eenzijdig kan door afschaffing van het PGB voor deze groep, maar dat er dan anders moet worden gecontracteerd. “Op dit moment zijn er wellicht tienduizenden kwetsbare budgethouders bij wie er sprake is van ‘noodgedwongen PGB- gebruik’. Voor hen is Zorg in Natura een betere vorm maar hun zorgaanbieder heeft daarvoor geen contract, vandaar de ‘noodgedwongen’ keuze voor PGB. Als je het PGB weghaalt bij deze mensen raken zij niet alleen hun PGB maar ook hun volledige zorg kwijt. Dat kan niet de bedoeling zijn. Er moet dus ook gekeken worden naar de contractering van passende zorg voor deze cliënten.”

Noodklok

Precies op dat laatste punt luidt BVKZ nu de noodklok, aangezien de trend onder met name gemeenten lijkt te zijn om niet meer, maar juist minder diversiteit te gaan organiseren in het gecontracteerde aanbod aan zorg en ondersteuning in WMO en Jeugdwet. Van Barschot:”De laatste jaren zien we dat zorgkantoren het streven naar een inclusieve samenleving hebben doorvertaald naar een inclusiever contracteerbeleid met aanzienlijk meer ruimte voor kleinschalig, innovatief zorgaanbod dat beter aansluit op de zeer diverse zorg- en ondersteuningsvragen van mensen. Immers, diversiteit is kwaliteit. Bij veel gemeenten lijkt echter een tegengestelde beweging plaats te vinden. Steeds minder aanbieders komen in aanmerking voor een contract, waardoor er voor budgethouders die noodgedwongen hun zorg regelen via een PGB, steeds minder beschikbare alternatieven in de gecontracteerde zorg te vinden zijn. Hierdoor neemt het risico toe dat deze mensen zonder passende zorg komen te zitten, en dat is een scenario waar niemand belang bij heeft.”

 

Volgens BVKZ moet de cliënt keuzevrijheid hebben ten aanzien van de zorgaanbieder. Dat kan alleen wanneer de gemeente deze aanbieders ook daadwerkelijk contracteert. De keuze van de cliënt wordt door gemeenten echter in toenemende mate beperkt. De gemeente Nijmegen bijvoorbeeld is onlangs teruggegaan van ongeveer 150 naar ongeveer 50 gecontracteerde aanbieders. Of gemeenten zoals Tilburg, die belachelijk hoge eisen stellen aan het aantonen van geleverde kwaliteit van zorg. Of het voorbeeld van Heerlen, die vrijwel alle zorgvragers wil onderbrengen bij één gecontracteerde coöperatie, ongeacht de zorgvraag en het beschikbare aanbod. Van Barschot: “het beperken van de toegang tot het PGB kan niet zonder de gelijktijdige verruiming van de mogelijkheden om gecontracteerd te worden door bijvoorbeeld een gemeente. Deze twee bewegingen moeten communicerende vaten zijn, om te zorgen dat mensen vanuit het ‘noodgedwongen PGB’ ook een daadwerkelijk alternatief kunnen vinden in gecontracteerde zorg”. BVKZ roept minister De Jonge op om deze balans te bewaken in het te voeren PGB-beleid.