Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

Laatste update: 14 oktober 2020

Sinds de invoering van de WMO zijn gemeenten verantwoordelijk voor maatschappelijke ondersteuning. Onder maatschappelijke ondersteuning vallen activiteiten die zorgen dat mensen kunnen meedoen in de samenleving. Sinds 1 januari 2015 is de WMO 2015 in werking getreden. Hiermee hebben de gemeenten meer verantwoordelijkheden gekregen om ervoor te zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen.

Voorbeelden van hulp en voorzieningen die onder de WMO vallen zijn:

  1. hulp bij het huishouden, zoals opruimen, schoonmaken en ramen zemen;
  2. aanpassingen in de woning zoals een traplift of een verhoogd toilet;
  3. vervoersvoorzieningen in de regio voor mensen die slecht ter been zijn en niet met het openbaar vervoer kunnen reizen (bijvoorbeeld de taxibus of een scootmobiel);
  4. ondersteuning aan vrijwilligers en mantelzorgers;
  5. hulp bij het opvoeden van kinderen;
  6. rolstoel;
  7. maaltijdverzorging;
  8. sociaal cultureel werk, zoals buurthuizen en subsidies aan verenigingen;
  9. maatschappelijke opvang, zoals blijf-van-mijn-lijfhuizen en daklozenopvang;
  10. dagbesteding met vervoer voor bijvoorbeeld ouderen die dit moeilijk zelfstandig kunnen organiseren;
  11. individuele begeleiding;
  12. persoonlijke verzorging in combinatie met begeleiding (niet lijf gebonden);
  13. Beschermd wonen

Het ministerie van VWS geeft in de wet het kader van de WMO aan. Binnen dit kader kan elke gemeente haar eigen beleid maken. De zorgaanbieder dient voor het leveren van WMO zorg en ondersteuning een contract af te sluiten met de desbetreffende gemeente(n). Dat kan in de praktijk betekenen dat een zorgaanbieder met cliënten in meerdere gemeenten, te maken krijgt met het aanbesteden bij de diverse gemeenten. Met bijbehorende verschillende kwaliteitseisen.

 Er zijn twee manieren om zorg of hulpverlening vanuit de WMO te ontvangen: via een persoonsgebonden budget (PGB) of via zorg in natura (ZIN). De gemeente dient te onderzoeken wat voor type voorziening, gelet op de omstandigheden van de cliënt, noodzakelijk is. Wanneer de cliënt de wens voor een PGB kenbaar maakt, kan de gemeente in beginsel overwegen een PGB te verstrekken, artikel 2.3.6 WMO.

De WMO consulente voert samen met de cliënt en eventueel de betrokken zorgaanbieder een gesprek over de benodigde zorg. Dit wordt ook wel het “Keukentafel gesprek” genoemd. Doel van het gesprek is vast te stellen op welke leefdomeinen de cliënt een zorgvraag heeft en welk aanbod het meest passend is.

Per gemeente kunnen op kleine details afwijkingen zijn in de voorzieningen die geboden worden. Onderstaande voorzieningen worden in de meeste gemeenten beschikbaar gesteld vanuit de WMO.

  1. Algemene voorzieningen; voorzieningen die binnen de gehele gemeente beschikbaar worden gesteld voor mensen die dat nodig hebben,
  2. Maatwerkvoorzieningen; voorzieningen en hulpvormen die op de leefsituatie en gezondheid van de persoon zijn afgestemd,
  3. Vervoersvoorzieningen; deze worden verstrekt zodat burgers weer in staat worden gesteld om zich te verplaatsen en zo kunnen deelnemen aan de samenleving,
  4. Beschermd wonen; een regeling voor iedereen die niet meer zelfstandig kan wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek

Bij de uitvoering van de WMO moeten de gemeenten zich houden aan de bepalingen en richtlijnen vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Hoe de gemeenten deze uitvoering organiseren, mogen zij zelf bepalen. Daardoor kunnen per gemeente verschillen ontstaan in de toegang tot voorzieningen (inrichting van b.v. een zorgloket of werken met wijkteams). Ook het vaststellen van de tarieven wordt door de gemeente zelf bepaald.

De gehanteerde inkoopmodellen kunnen per gemeente verschillen om inkoop en contractering vorm te geven. De volgende inkoopmodellen worden op dit moment door gemeenten gebruikt:

  • Klassiek model:
  • Zeeuws model
  • Catalogusmodel
  • Bestuurlijk aanbesteden
  • Dialoogmodel
  • 1 op 1 contract
  • Minicompetitie
  • Dynamisch selectiemodel
  • Open house
  • Subsidie

Belangrijk is om na te gaan welk inkoopmodel de gemeente hanteert waar de aanbieder zorg wilt gaan leveren. In de bestekken van gemeenten worden kwaliteitseisen vastgelegd. De kwaliteitseisen maken integraal onderdeel uit van de contracten die met zorgaanbieders worden afgesloten. En kunnen per gemeente verschillen.

Om de facturatie en verantwoording van de verleende zorg goed te kunnen verantwoorden, is het van belang dat de zorgaanbieder een aantal zaken administratief goed inregelt qua berichtenverkeer:

  • Zorgdragen voor een digitale financiële boekhouding die voldoet aan de eisen van de iWMO standaard
  • Het inrichten van een digitaal activiteiten-logsysteem of CRM pakket dat kan communiceren met VECOZO o.b.v. de eisen van de iWMO-standaard.

Meer informatie over 'Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)'

Alleen voor BVKZ leden

Instructies

Documenten

Links

Tip de redactie
Heb je een bijdrage voor de kennisbank? We ontvangen deze graag via info@bvkz.nl.