Wet Maatschappelijke ondersteuning (WMO)

Laatste update: 27 november 2019

De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO 2015) geeft gemeenten de verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke ondersteuning voor haar inwoners. Deze verantwoordelijkheid van gemeenten ziet op het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen.

De nieuwe Wmo regelt dat kwetsbare mensen en mantelzorgers ondersteuning kunnen krijgen. Doel van de wet is dat mensen mee kunnen doen in de samenleving en zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen. In de wet heet dit ‘ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie’. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor uitvoering van de wet. Zij moeten ervoor zorgen dat mensen de benodigde ondersteuning of begeleiding krijgen.

De gemeente kan een laagdrempelige algemene voorziening aanbieden. Of een maatwerkvoorziening waarvoor de gemeente eerst de persoonlijke situatie onderzoekt in een zogeheten ‘keukentafelgesprek’.

Algemene voorzieningen zijn toegankelijk voor alle inwoners van een gemeente; ook mensen die zorg ontvangen als bedoeld in de Wlz kunnen dus bijvoorbeeld gebruik maken van een algemene voorziening voor sociaal vervoer, woningaanpassingen of mantelzorgondersteuning. Een algemene voorziening is het aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is.

Vanaf 1 januari 2020 worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Ook worden hulpmiddelen voor zorgverlening en wonen voor algemeen gebruik altijd uit de Wlz betaald. Dit gaat bijvoorbeeld om tilliften en hoog-laagbedden, ook wel ‘roerende voorzieningen’ genoemd. Nu leveren gemeenten en zorgverzekeraars deze hulpmiddelen soms nog vanuit de Wmo 2015 en Zvw. Voor cliënten die in geclusterde woonvormen wonen waar ze zelf de woonlasten betalen, blijven de vervoermiddelen, rolstoelen en woonvoorzieningen (voorlopig) ongewijzigd onder de Wmo vallen.

Maatwerkvoorzieningen worden pas ingezet als blijkt dat de eigen mogelijkheden van iemand, zijn sociale netwerk of een algemene voorziening niet voldoende ondersteuning bieden.

Enkele voorbeelden van maatwerkvoorzieningen zijn:

  • Individuele begeleiding
  • Beschermde woonplek
  • Dagbesteding op maat
  • Persoonlijke verzorging

Gemeenten kunnen een eigen bijdrage vragen voor de zorg die mensen ontvangen. De eigen bijdrage die mensen moeten betalen voor gebruik van voorzieningen uit de WMO 2015 is per 2019 voor iedereen gelijk gesteld.

Om als zorgaanbieder in aanmerking te komen voor een contract met een gemeente moet een organisatie deelnemen aan de aanbesteding van desbetreffende gemeenten of samenwerkende gemeenten.

Meer informatie over 'Wet Maatschappelijke ondersteuning (WMO)'

Alleen voor BVKZ leden

Instructies

Documenten

Links

Tip de redactie
Heb je een bijdrage voor de kennisbank? We ontvangen deze graag via info@bvkz.nl.